Nieuwe publicatie - Herman Vandormael (jg. 1966)
Saturday, October 31st, 2009VERBORGEN OORLOGSJAREN. Ondergedoken Joodse kinderen getuigen.
Dr. Herman Vandormael, ereconservator van het Kasteel van Gaasbeek, speurde naar Joodse kinderen – nu mensen op leeftijd – die aan de nazi-terreur konden ontsnappen en de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd dank zij de hulp van ‘mensen van goede wil’, die het aandurfden de bezetter te trotseren.
Pas nu, meer dan zestig jaar later, kunnen de ‘ondergedoken kinderen’ het aan, te spreken over de traumatiserende ervaringen die hun jonge bestaan beheersten en hun verdere leven bleven overschaduwen. Terwijl duizenden leeftijdsgenootjes in veewagens naar het oosten werden gedeporteerd om er vermoord te worden, vonden zij een schuilplaats in kloosters, internaten, of bij ‘gewone’ burgers die hun eigen leven durfden wagen om deze kinderen te redden. Het ondergedoken kind leefde in voortdurende angst voor verraad en deportatie. En na de oorlog volgde nog in vele gevallen het ergste drama: het besef dat het ‘tijdelijke’ afscheid van ouders, broers, zussen en verwanten definitief was. Meer dan 25 000 Joden werden immers vanuit de Mechelse Dossinkazerne naar Auschwitz gevoerd om er vergast te worden. Het ‘ondergedoken kind’ werd later dan nog met een schuldgevoel opgezadeld: ‘Waarom heb ik het overleefd, en niet mijn vader, moeder, broer…?’
De auteur interviewde 64 ondergedoken kinderen, die hem stuk voor stuk een dramatisch relaas brachten. Wat moet het bijvoorbeeld betekend hebben om als vierjarig kind in Parijs achtergelaten te worden door de ‘passeur’ die veel geld had gekregen om de kleine naar Zwitserland te brengen? Of hoe vreselijk moet het zijn om als tachtigjarige wakker te worden met de vraag: ‘Wat dacht mijn vader toen hij de gaskamer binnenging?’. Terecht heeft de auteur deze getuigenissen bijeengebracht onder de titel ‘Stemmen van de angst’. Maar vanzelfsprekend worden deze verhalen – een ongelukkig woord in deze context – ingeleid door een stevige brok historische duiding, waarin men leest hoe de bezetter te werk ging om zijn perfide doel te bereiken, en hoe zowel redders als verklikkers een rol speelden in deze grootste tragedie uit de geschiedenis.
Uitgeverij Lannoo, 450 p., met vele foto’s. € 27,50.

Het huis met de achterdeur 
Wat als je half Colombiaan en half Belg bent en het Colombiaanse deel misschien stinkend rot is? Jorge weet het allemaal niet meer wanneer de vragen over zijn vaders geheimzinnige jeugd in Colombia onbeantwoord blijven. Hij grijpt steeds meer naar zijn enige vriend, cocaïne. Hij ontvlucht zijn zwijgzame vader, zijn bezorgde moeder en zijn kattige tweelingzusjes en belandt in een eenzame wereld. Zelfs zijn trouwe metgezel, zijn fototoestel, laat hij achter, want geen enkele foto laat nog zien wat hij voelt. Terwijl Jorge stilaan het ware verhaal van zijn vaders jeugd ontdekt, wordt cocaïne steeds meer zijn vijand. Coca, drugsmaffia, moord, guerrilla … Wie verbergt het grootste geheim? Hij of zijn vader?
In Voor den kop geschoten: Executies van Belgische spionnen door de Duitse bezetter (1914-1918) reconstrueerde Jan Van der Fraenen het boeiende verhaal van een Belgisch spionagenetwerk in de Eerste Wereldoorlog, op basis van getuigenissen, dagboeken, rapporten, brieven en andere documenten. Dat netwerk, dat door een naoorlogse commissie Ambulants et Gendarmes werd genoemd, was veruit het grootste Belgische spionagenet en werd dan ook het zwaarst getroffen. De Duitse bezetter kwam het elke keer opnieuw op het spoor en maakte er telkens een tragisch einde aan.