Wat is het OSGG?

Het OSGG (Oud-studenten Geschiedenis Universiteit Gent) werd in juni 1947 opgericht door professor dr. Jan Dhondt. Het OSGG viert in het academiejaar 2015-2016 zijn 69ste verjaardag.

OSGG groepeert alle historici (doctors oud systeem/licentiaten/masters) die sinds 1891 afstudeerden aan de Universiteit Gent (inclusief de 81 die via de Staats- of Vlaamse examencommissie hun diploma behaalden). De opleiding Geschiedenis van de UGent bestaat in 2015-2016 125 jaar.

Van die 4.485 historici zijn er 333 overleden, nl. 248 mannen (10,3 % van de 2.448 mannen) en 85 vrouwen (4,2 % van de 2.037 vrouwen).

Momenteel zijn dus nog 4.152 oud-studenten geschiedenis in leven (92,57 %): 2.200 mannen (53,0 %) en 1.952 vrouwen (47,0 %).

De opdracht van het OSGG

Het OSGG poogt het contact en de band tussen alle Gentse historici onderling, tussen hen en de Universiteit Gent, en tussen hen en de historische wereld in de brede zin, in stand te houden en te verstevigen.

Daarom richt het OSGG jaarlijks voor alle afgestudeerden een druk bezochte contactdag in met lezing en receptie.

Op die dag worden onder meer de OSGG-prijzen uitgereikt worden aan pas afgestudeerden:

  • de “André Schaepdrijverprijs” voor de beste licentiaats- verhandeling of masterscriptie (uitgereikt sinds 1948)
  • de “Professor Jan Dhondtprijs” voor de beste examenles gegeven tijdens de lerarenopleiding geschiedenis (sinds 1971).

Sinds 2012 worden de OSGG’ers die in orde zijn met hun lidgeld tegelijk lid van de overkoepelende Alumni UGent. Ze ontvangen automatisch hun Alumnilidkaart, waarmee ze recht hebben op allerlei voordelen, in en buiten de UGent.

Sporadisch organiseerde het OSGG excursies naar steden, tentoon-stellingen, archieven, musea en opgravingen in binnen- en buitenland.

Het OSGG richt ook wetenschappelijke congressen, studiedagen en bijscholingen in voor historici en het publiceert vaak ook de resultaten ervan. Zo organiseert het OSGG – sinds 1974 in samenwerking met de Lerarenopleiding van de UGent – jaarlijks twee tot vier bijscholings-namiddagen.

  • Als resultaat ervan verschenen sinds 1974 37 syllabussen.
  • Het OSGG publiceerde zo in 1972 het verslag van haar in 1971 gehouden colloquium “Waarheen met de geschiedenisdidactiek”.
  • In 1977 gaf het OSGG een overzicht van de frappantste gebeurtenissen uit de naoorlogse geschiedenis uit onder de titel “Kalendarium 1945-1975”.
  • Het OSGG was in 1985 mede-uitgever van “Op vrije voeten? Sociale politiek in West-Europa (1450-1914)”.

Het OSGG bezorgt aan alle afgestudeerden geschiedenis informatie over vacatures voor historici, historische publicaties van OSGG’ers en over de evolutie van het historisch onderzoek.

Belangrijk daarbij is de publicatie door het OSGG van de bibliografie van de licentiaats- en doctoraatsverhandelingen van de OSGG’ers.

Het OSGG houdt sinds 1969 enquêtes, onder meer inzake de tewerk-stelling van de afgestudeerden.

Het OSGG speelt aan het hogere niveau (universiteit, leraren-verenigingen, overheid) de wensen, verzuchtingen en opmerkingen van de afgestudeerden door.

  • Zo speelde het OSGG gedurende vele jaren een rol in de Opleidingscommissie Geschiedenis van de UGent.
  • Het OSGG werkt(e) ook intensief mee aan de voorbereiding van de drie Visitatiecommissies van de Opleiding Geschiedenis UGent en kreeg daarvoor een eervolle vermelding in het voorlaatste rapport van de Visitatiecommissie (pp. 153-154), en in het Zelfevaluatierapport 2011 van de Opleiding.

Het OSGG neemt ook de verdediging op van het vak geschiedenis in het secundair onderwijs.

  • Zo was het OSGG de motor van het spraakmakende verzet tegen de plannen van diverse ministers van onderwijs in de jaren 1970 en 1980 om het geschiedenisonderwijs af te schaffen of sterk te reduceren.
  • Een uitvoerig verslag daarvan werd gepubliceerd in “Historici op oorlogspad” (1979, 230 p.) en “Historici op oorlogspad. Deel II” (1990, 335 p.).

Het OSGG probeert de geschiedenis van de historische opleiding te bewaren, in samenwerking met het Archief van de UGent.

  • De “Herinneringen van oudstudenten geschiedenis aan de Rijks- universiteit Gent (1919-1933)” werden in 1980 gepubliceerd door Aurèle Looman, de administrateur van het OSGG.

Het OSGG werkte ook mee aan drie scripties over de geschiedenis van de historische opleiding aan de UGent en de evolutie van de geschiedenisprogramma’s in het secundair onderwijs. Die scripties steunden gedeeltelijk op archiefmateriaal en gegevens verstrekt door het OSGG.

Het OSGG onderhoudt losse contacten met de andere verenigingen van oud-studenten geschiedenis van de Vrije Universiteit Brussel (VOG-VUB), de Katholieke Universiteit Leuven (Vereniging Historici Lovanienses), de Université de Louvain-la-Neuve (Clio) en de Universiteit Antwerpen (voorheen: Afgesant).

Het OSGG was de drijvende kracht achter de oprichting in 1989 van het “Platform Geschiedenis in het Secundair Onderwijs”: de bundeling van de verenigingen van de leerkrachten geschiedenis van het Gemeenschapsonderwijs (VLGM) en van het Vrij Onderwijs (VLG) (die in 2000 fusioneerden tot VVLG), van de verenigingen van oud-studenten geschiedenis van de Vlaamse universiteiten, van vertegenwoordigers van de drie Vlaamse onderwijsnetten (Gemeenschaps-, Vrij en Officieel gesubsidieerd onderwijs) en van afgevaardigden van de secties of departementen geschiedenis van de toenmalige KU Brussel, de KU Leuven, de toenmalige Ufsia, de UGent en de VUB.

Tot 1995 werd het verslag van de activiteiten van het OSGG gepubliceerd in het “Bulletin van het OSGG”. Daarvan verscheen in november 1995 het 34ste (en laatste) nummer. Een deel van die informatie verschijnt sindsdien op de OSGG-website.

Het belangrijkste middel om de banden tussen alle oud-studenten aan te halen is het zeer uitvoerige “Adresboek van het OSGG”, waarvan de gebonden “Editie 2007” 736 p. telt en de gebonden “Aanvulling 2010 op de Editie 2007” 176 p. Een jubileumeditie is in voorbereiding.

Dit Adresboek is evenwel uitsluitend bestemd voor de OSGG-leden en mag dus in geen geval de handel komen.

(update A.Looman 6.05.2016)